Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

In het laatste nummer van het Tijdschrift voor Toezicht van 2016 schrijven drie medewerkers van de Belastingdienst over effectmeting (“een onmisbaar element van ‘goed toezicht’”): “Centraal in dit (beschrijvende en verkennende) artikel staat de vraag hoe de Belastingdienst de effecten van zijn handhavings- en toezichtactiviteiten meet en wat de uitdagingen hierbij zijn.” (p9)

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst (2016) Sjoerd Goslinga, Maarten Siglé en Lisette van der Hel [pdf]

“Met effectmeting vindt de beoordeling plaats of het uitvoeren van de handhavingsactiviteiten daadwerkelijk de determinanten van compliance heeft beïnvloed en of dit vervolgens effect heeft gehad op de compliance” schrijven Goslinga et al.

Bijvoorbeeld: Aangiftecampagne om de compliance (tijdig aangifte doen, voor 1 april) van burgers te verhogen door middel van voorlichting.

bdiensteffect

‘Outcome’ (=effect) representeert in deze effectketen de uiteindelijke impact van de activiteiten van de Belastingdienst op zijn strategische doel: compliance. ‘Output’ (=resultaat) daarentegen is datgene wat door de inspanningen van de Belastingdienst is geproduceerd (zoals het aantal verstuurde brieven of uitgevoerde controles. Het uitvoeren van handhavingsactiviteiten wordt ook wel omschreven als een interventie. In termen van de effectketen gaat het hier om input, proces en output.

De auteurs zijn eerlijk (en reëel) over de stand van zaken met effectmeting:

 

Naar onze mening is de kern van het probleem dat belastingdiensten überhaupt niet gewend zijn om effecten te meten, maar zich vooral beperken tot output omdat dat veelal gemakkelijker vast te stellen is dan effecten.

Uitdagingen
De auteurs noemen vijf uitdagingen voor effectmeting:

  1. Expliciteren aan hoe activiteiten bijdragen (de inzet van mensen en middelen) aan het realiseren van de doelstellingen. Bijvoorbeeld met een doelenboom.
  2. Vinden van de juiste achterliggende oorzaken van (non-)compliance
  3. Meten van effecten van preventieve activiteiten – “Nadenken over nieuwe soorten indicatoren, die verder weg lijken te staan van de outputindicatoren waar belastingdiensten voorheen sterk op stuurden.”
  4. Opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek

    Om vast te stellen in hoeverre inspanningen van de Belastingdienst bepalend zijn (geweest) voor dat nalevingsniveau is het noodzakelijk om een vergelijking te maken met het nalevingsniveau in een situatie waarin de inspanningen niet zouden zijn geleverd (counterfactual). (…) Het ideale onderzoeksdesign is de zogenoemde randomized controlled trial of gecontroleerd veldexperiment (p26)

    Er zijn veel situaties denkbaar waarin het niet mogelijk is een hoger niveau van onderzoeksvaliditeit te bereiken; de eerste twee niveaus kunnen dan zeker van toegevoegde waarde zijn. (p25)

  5. Organisatorische inbedding van effectmeting.

    Een uitdaging voor veel toezichthouders is om effectmeting op een structurele manier te borgen in de organisatie en onderdeel te maken van de manier van werken.

 

Effectmeting is een continu proces omdat het bij het realiseren van de (algemene) beleidsdoelstelling gaat om een ‘duurzame’ verandering in het gedrag van belastingplichtigen en de borging van de continuïteit van belastingopbrengsten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s