Review: Arnon Grunberg leest Karel van het Reve

Arnon Grunberg leest Karel van het Reve
Arnon Grunberg leest Karel van het Reve by Karel van het Reve

My rating: 5 of 5 stars

Zeer goede overzicht van werk van Karel van het Reve. Heldere denker en schrijver, met gezond wantrouwen/scepsis tegen conventies of zogenaamde vaststaande feiten (je moet herhaling van een woord vermijden, bij eb zwemmen is gevaarlijker dan zwemmen met vloed). Veel stukken zijn tijdloos, de heilige huisjes bestaan nog steeds.

De inleiding van Grunberg sluit ook goed aan:

In dit boekje treft u stukken van Karel van het Reve aan die ik het best, het leukst, het mooist en het scherpst vond. Eigenlijk had dit boek veel en veel dikker moeten worden, maar dat mocht niet van de uitgever.

Het bestaansrecht van deze bundel is dat u na lezing van mijn selectie denkt: ik wil meer van Karel van het Reve lezen, en naar de boekhandel wandelt om zijn boeken te kopen. Gelukkig werd hij uitgegeven door een uitgever die niet snel verramsjt.

Doet u dat niet, dan heb ik gefaald .

Natuurlijk ontbreekt de uitstekende Huizinga lezing uit 1979 niet:Literatuurwetenschap: het raadsel der onleesbaarheid. Helaas staat de reactie op de reacties (“Wat waren ze kwaad”) niet in deze bundel. De lezing besluit: “Daarom geloof ik ook dat deze voordracht volstrekt nutteloos is. Maar er moet nu eenmaal af en toe iemand zijn die iets zegt. Ik dank u voor uw aandacht.”.

Ook het dankwoord bij de ontvangst van de PC Hooftprijs staat erin (zie ook dit blogbericht). Met ook een mooie afsluiting:

Ik kan hier alleen maar zeggen dat ik wel degelijk van plan ben om met het geld van deze prijs ongelimiteerd en vooral ongelegitimeerd mijn gang te gang, zonder mij ook maar iets aan te trekken van welke hoognodige vernieuwing dan ook. Als de minister dat niet goed vindt, dan moet hij dat geld maar terugvragen.

Uit de Lezing over Popper te Enschede op 23 oktober 1982:

Men zou over een reusachtig fortuin moeten beschikken om alle academici de kost te kunnen geven die denken dat men over een zaak iets te weten kan komen door er een definitie van te geven.

Ook is het een grote verdienste van Popper dat hij er op gewezen heeft dat het streven om de mensheid gelukkig te maken iets heel, heel gevaarlijks is, zodra een aantal mensen het eens is over de manier waarop dat moet gebeuren.

Ook kun je van Popper leren dat je bij het debatteren, bij het bestrijden van iemands beweringen niet de oorsprong van die beweringen moet bespreken, maar die beweringen zelf. Dat iemands argumenten voortkomen uit nijd of lafheid of uit frustratie of uit racistische vooroordelen of uit zijn maatschappelijke positie of uit zijn milieu bewijst niets ten aanzien van de juistheid of onjuistheid van die argumenten. Bij een debat over de juistheid of onjuistheid van die argumenten behoort de oorsprong van die argumenten geen rol te spelen.

Ook wijst Popper er op – en hij brengt die opvatting ook in praktijk – dat je de argumenten, de theorieën, de beweringen van je tegenstander zo gunstig en redelijk mogelijk moet interpreteren, dat je geen gebruik moet maken van zwakke plekken die bijvoorbeeld het gevolg zijn van slordige formulering. Integendeel: je moet eventuele zwakke plekken desnoods zelf repareren. De argumenten van je tegenstander zijn het bestrijden te meer waard naarmate zij sterker zijn. Je moet dus te werk gaan als ik meen admiraal Tromp, die zijn tegenstander kruit en lood liet brengen.

En bij dit alles heeft Karl Popper meer dan een halve eeuw lang met voorbeeldige trouw gediend onder een vaandel waaronder wij eigenlijk allemaal dienen en waaraan wij eeuwig trouw verschuldigd zijn – een vaandel dat veel deserteurs kent. Ik bedoel dat hij nimmer de grote plicht verzaakt heeft die rust op iedereen die meent iets te zeggen te hebben, op iedereen die probeert iets mee te delen, de dure plicht namelijk om dat dan zo duidelijk en eenvoudig en eerlijk en naïef mogelijk te doen.

De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen staat ook in het boekje. “Daarbij meten zij [gelovigen] telkens met twee maten. Doet God iets dat hun bevalt, dan wijten zij dat aan zijn goedheid. Doet hij iets gruwelijks – er valt immers geen musje ter aarde of het is zijn uitdrukkelijke wil – dan wijten zij dat aan de ondoorgrondelijkheid van zijn raadsbesluit.” Gevolgd door de anekdote over Wilhelmina die God dankbaar was dat schoonzoon Bernhard te ziek was om te vliegen. Dat vliegtuig vertrok zonder hem en stortte neer; “De vraag dringt zich dan natuurlijk op of het niet veel eenvoudiger en vooral veel aardiger geweest was om dat vliegtuig gewoon in de lucht te houden. (…) Waarom die hele oorlog niet afgeblazen?”

In Is er vooruitgang in de kunst?: “Het is al een beetje vreemd als mensen hardnekkig Nederlandse boeken lezen, terwijl ze de wereldliteratuur tot hun beschikking hebben. Maar nog vreemder is het, dat men voorkeur heeft voor boeken van de eigen tijd.”

Op dbnl.org staan meer stukken van Karel van het Reve.

Ook een aanrader: het Marathoninterview met Karel van het Reve uit 1985.

View all my reviews

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s