Week van Wilte in Tweets #7

Switchen
Aardig plaatje uit de Volkskrant over energie-switchen in EU. Heb ook wat plaatjes uit oorspronkelijke rapport getweet. Wil nog steeds een stukje tikken over switchen in verschillende domeinen (energie, zorg, verzekeringen). En dat koppelen aan bijvoorbeeld dit rapport voor BIT_EZ Rapport consumenteninertie in de keuze van contracten van dienstenmarkten [Onderzoek in opdracht van het Behavioural Insights Team van het Ministerie van Economische Zaken]. Of proefschrift van Job Krijnen.

Wat zie ik?
Trump-stemmers zien een foto van een vrij lege Mall bij inauguratie van hun president; 1 op de 7 beweert met droge ogen dat het voller is dan bij Obama. Deed me ook denken aan studie van Shaul Shalvi; Justifications Shape Ethical Blind Spots. In een Ambiguous-dice-task willen mensen vaak de hogere ogen (=meer geld in het taakje) zien. Proefpersonen maken veel vaker de fout om 6 te zeggen dan in identieke situatie met als enige verschil dat 3 en 6 zijn omgedraaid (ze zeggen niet vaker foutief 3).

seewhatyouwanttosee

Schuld en spaargeld
Alain attendeerde me op ING onderzoek waaruit blijkt dat 19% van de Nederlanders zowel spaargeld heeft als een consumptief krediet (binnen EU wel goede score overigens, EU gemiddelde is 28%). Mooie vraag voor komende AFM Consumentenmonitor.

En deed me denken aan het onvolprezen Roodstand onderzoek (CM13Q1) Roodstanden duurder dan gedacht. Kreeg middenin de komkommertijd veel aandacht. Bij het nieuwsbericht toen deze protip:

3. Gebruik spaargeld als je dat hebt. De rente op een spaarrekening is vaak veel lager dan de rente die je betaalt voor rood staan

Wikipedia als bron
Was mijn oud-collega Martijn Pols altijd een doorn in het oog: Wikipedia gebruiken als referentie of bronverwijzing.

Reclameverbod
In Nederland is er een reclameverbod voor binaire opties in de maak. In Rusland is die er al. En het mooie is: Google handhaaft die, want advertenties voor binaire opties worden door Google geweigerd.

In NRC lazen we dat waarschuwen niet werkt. Toevallig weet ik dat het nieuwsbericht uit december 2013 AFM waarschuwt voor binaire opties wel enorm goed werkt op SEO (Search Engine Optimalisation) gebied. Kan zelfs in 2017 nog wedijveren met bezoekersaantallen van nieuwe nieuwsberichten.

1.5 miljoen Trump grappen
Lubach filmpje was grappig, Private Eye cover helemaal.

Maar #BreakingFilterBubble:

En nog wat Nederland duiding:

Greatest Womens March sign

 

Review: Voodoo-marketing


Voodoo-marketing (2015) by Ronald Voorn (@ronvrn) en Jan Dijkgraaf

My rating: 4 of 5 stars

 

Voorn en Dijkgraaf ageren tegen Voodoo-marketing, de geheime trucs om consumenten te verleiden. Ze zijn helder in hun standpunten en brengen hun argumenten krachtig. Ook benoemen ze wat ze (a) wel vinden kunnen, (b) wat op het randje is en (c) wat echt niet kan (voodoo). Het tegenovergestelde van voodoo-marketing is “good do-marketing”.

Het boekje leest snel en makkelijk weg. De uitgebreide bronverwijzingen vind ik heel fijn. Inhoudelijk ben ik het niet altijd eens met Voorn en Dijkgraaf; ik vind ze op bepaalde punten te ver gaan, te bevoogdend/paternalistisch. Dan laten ze aanbieders te weinig ruimte. Ik heb dus een andere “beïnvloedings-ethiek” (p.143, gebaseerd op Pierre Winkler) dan de schrijvers. We zijn het wel eens dat het een belangrijke discussie is.

Is iets voodoomarketing?
Zo betitelen Voorn en Dijkgraaf A/B testen als “echt voodoo”, daar ben ik het dus heel erg mee oneens. “Storytelling” zit nog net aan de goede kant van het randje. En ook de zes principes van Cialdini zijn verdacht, zitten ook nog net aan de goede kant (vind ik ook te vergaand); “wees alert op de 6 van Cialdini” (p130).

Om te beoordelen of iets voodoomarketing is hanteren wij 5 vragen als criteria:

  1. Wordt de methode bewust en met intentie ingezet?
  2. Hoe open of verborgen is de methode?
  3. In welke mate respecteert de beïnvloeder de vrije keus/wil van zijn klanten/burgers?
  4. Brengt het gedrag van de beïnvloeder (dan wel het nalaten van gedrag) schade toe aan consumenten?
  5. In welke mate richt de beïnvloeding zich op zwakkere groepen?
    (…)
    Iets is voodoo-marketing als er een verborgen methode wordt toegepast, er minder respect voor de vrije wil is, het schade tot gevolg heeft en helemaal als het gericht is op zwakkeren. De intentie maakt het alleen maar erger. Daarom spreken we van eerstegraads voodoomarketing (zonder intentie) en tweedegraads voodoomarketing (met intentie).

Oplossing
De oplossingen die Voorn en Dijkgraaf aanvoeren, vind ik soms ook te ver gaan. Een verbod op reclame voor kleine kinderen is prima, maar ik lees ook tussen de regels door dat “vanaf prijzen” (“vlieg naar Barcelona vanaf €99” [beperkt aantal stoelen]) veel meer aan banden gelegd moet worden. Het is bait & switch. Blijft de praktische vraag: hoeveel stoelen moet een KLM dan aanbieden om toch zo te mogen adverteren? Of mag er helemaal geen prijsdifferentiatie meer zijn? (lijkt mij zeer onwenselijk). Verbieden is niet altijd de beste oplossing.

Voorn en Dijkgraaf beschrijven wel ook nuttige technieken om je als consumen te wapenen tegen marketinggeweld:

stap 1: Herken de box (de context)
stap 2: Neem afstand (kan ook in tijd; slaap er een nachtje over).
stap 3: Gebruik de hersenen

Wat quotes/interessante referenties

p17:

p69 Over dynamic pricing:

p74: “Het beïnvloedingskennis-model van Marian Friestad en Peter Wright laat zien dat mensen door schade en schande wijs worden in hun leven en leren omgaan (coping) met beïnvloeding” (persuasion knowledge model).

p109

p147 Rol overheid:

Waar de overheid meer aan zou kunnen doen: het in de gaten houden van met name allerlei nieuwe digitale beïnvloeidings-methodes en dan speciaal alles wat te maken heeft met dark design, native advertising, dataverzameling, het aanmaken van psychologische profielen en privacy. Dat gaat dan om ontwikkelingen die worden ingezet om mensen verslaafd te krijgen aan bepaalde vormen van gedrag. (…) vooral zwakkeren in de samenleveing [hebben] daarvan te lijden.

Week van Wilte in Tweets #6 a.k.a Netspar pensioen workshop

Ben nog aan het zoeken wat de beste dag is voor wvwit. Voor editie #6 een kort weekje.

Netspar pension workshop
Veel van mijn tweets afgelopen woensdag, donderdag en vrijdag gingen over de Netspar International Pension Workshop. Bij mij om de hoek in Leiden en ik kon gelukkig naar veel praatjes (donderdag minder, toen was er een zeer interessante lunchlezing van Shaul Shalvi bij de AFM; daarover een andere keer meer).

Dag 1 Jonathan Cribb: auto-enrolment in UK leidt tot meer deelname (duh) maar ook tot hogere pensioencontributie

Terzijde: nogal wat ophef over de kosten voor mascotte Workee

Dag 1 Raymond Montizaan: over locus of control (bepaal ik mijn eigen toekomst) en of iemand wel of niet belegt. Interessant, maar weet niet hoe relevant/toepasbaar in de praktijk.

Dag 1 Ling-Ni Boon: longevity risk: to bear or to insure. Mijn collega Sara had gevraagd of ik daar heen wilde gaan. Heb alle slides gefotografeerd (paper niet beschikbaar), maar ik begreep er niet veel van;

Gelukig had de discussant ook het antwoord:

Dag 1 Jochem de Bresser: vrij technisch verhaal over vergelijken twee data-sets, wel duidelijk uitgelegd. En gratis kregen we er een tweede verhaal bij van de discussant.

Dat was dag 1 voor mij, key-note deel 1 overgeslagen en ik weet ook niet wie de thesis-prijs gewonnen heeft.

Dag 2 Milena Dinkova (Universiteit Utrecht): interessante RCT waarbij meer dan 3000 werknemers van een verzekeraar aangeschreven zijn met verschillende e-mails. Wat is effect van tailoring (op-maat maken). Is in gezondheidscontext ervaring mee opgedaan. Dit experiment weinig effect op bezoek & inloggen van PensioenCheck, of op tijd op die website.

Dag 2 Jennifer Alonso Garcia: waarom sparen mensen nog als ze gepensioneerd zijn, vergelijking tussen Nederland en Australië. Goed werk, minder relevant voor mij.

Wel factoid geleerd: in Australië wordt per 2 weken uitbetaald

Dag 3 Yue Li, Rik Dillingh and Mauro Mastrogiacomo – The Displacement Effect of Compulsory Pension Savings on Private Savings Evidence from the Netherlands, Using Institutional Differences across Occupations

Dag 3 Carla Welteke: In Duitsland is vroegpensioen voor vrouwen verhoogd van 60 naar 63 jaar. Met ingang voor geboortejaar 1952. Dus verschilanalyse mogelijk tussen cohort 1951 en 1952.

Dag 3 Torricelli et al over (consumentenvraag) naar duurzaam beleggen. Interessant onderwerp, maar door alle Tobit-regressies etc minder duidelijk hoe mooi de resultaten zijn (ouder of hoger opgeleid = meer interesse in duurzaam beleggen)

Discussant Paul Smeets sneed gebrek aan inzicht-gevende grafieken ook terecht aan. En: hoeveel rendement zijn beleggers bereid op te geven voor duurzaamheid? [Zie ook Schroders onderzoek eind 2016] Ik wil voor dit blog in de toekomst nog een post gaan schrijven over dit onderwerp, oa op basis van Bollen (2007) en Riedl & Smeets (2016).

Day 3 Peter Hudomiet over een nieuwe schaal van vier vragen om probability numeracy te meten. Die 4 vragen wil ik binnenkort in het AFM Consument&Panel laten meelopen.

Dag 3 Karabulut: hele mooie data-set, iets te lange aanloop in de presentatie. Financiële kennis van Zweedse buren heeft effect op oa aandelenbezit van randomly verdeelde asielzoekers.

In totaal 86 tweets verstuurd in de drie dagen dat ik bij de workshop was. Zal me wel wat volgers gekost hebben. Andere interessante tweets van afgelopen dagen, zonder verder commentaar:

Mijn bespreking van VIDE publicatieprijs genomineerden genereerde aardig wat bezoek, vooral omdat ik het ook op gepubliceerd had in de LinkedIn groep Handhaving & Toezicht. Altijd mooi voor een beginnend blog.

Wie gaat de VIDE publicatieprijs 2016 winnen?

Op dinsdag 24 januari wordt de prijs uitgereikt bij de Vide Nieuwsjaarsbijeenkomst. Ik heb de drie genomineerde artikelen op dit blog behandeld:

Mooie methode
Het artikel van NVWA vind ik mooi omdat het een Randomized Controlled Trial is, de goudstandaard voor onderzoek en effectmeting. Stuk toont aan dat RCT belangrijk en noodzakelijk was, want de controle groep liet een daling in compliance zien (soort natuurlijk verloop). Methodologisch dus erg sterk.

Op zich is een RCT niet spectaculair maar toch doen we als toezichthouders er niet heel veel (dat ik weet dan, ik hoor graag voorbeelden). De Engelse FCA is er bijvoorbeeld wel goed/beter in. En als AFM timmeren we ook aan de weg: ‘Let op! Geld lenen kost geld’ geen onmiddellijk effect in verkoopomgeving (mijn samenvatting in één tweet).

Patiënten reviews voor riscoanalyse
Het onderzoek van IGZ is interessant omdat ze daarin kijken naar mogelijke toepassingen van consumenten-ratings. Dat is natuurlijk hip & happening (Social & empowerment via Big Data zou je kunnen PR’en). Het concept van 17 miljoen toezichthouders spreekt me aan; als toezichthouder kan je nooit zelf alles zien, je hebt externe signalen nodig voor goede risicoanalyses en -inschattingen. Consumer-generated content klinkt dan lekker efficient.

Het onderzoek zelf vond ik wat dun, 10 toezichthouders interviewen en 207 reviews laten beoordelen (en dat met vijf auteurs). De conclusies ademen ook iets nice-to-have uit; er moet altijd ander bewijs, een andere bron zijn. Circumstantial evidence dus. Boeiend onderwerp en onderzoek, maar niet heel spectaculair.

Taakopvatting toezichthouder
AFM’er Aute Kasdorp doet promotieonderzoek naar schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag. Dat is iets waar alle toezichthouders in hun dagelijkse praktijk mee te maken hebben: we zien dingen die mogen/toegestaan zijn, maar zeer onwenselijk zijn. Hoe ga je daar mee om? Kasdorp gebruikt 14 interviews om zijn categorisatie in vier taakopvattingen te illustreren.

Het onderwerp is in mijn beleving abstracter en groter  dan de andere twee artikelen. Belangwekkend en soms hoog-over, maar ook wel weer te concretiseren. Weinig empirisch en meer theoretisch. En toch ook toepasbaar; volgens mij is de indeling goed te gebruiken om met je collega’s te discussieren over de beste interventiestrategie.

Wie wint?
Als ik jury zou zijn, dan wint Aute Kasdorp (maar ik zou misschien niet mogen jureren omdat ik Aute te goed ken [tevens disclaimer]). Veelomvattend probleem/uitdaging maar toch met handelingsperspectief voor toezichthouders. Goede tweede is de Shoarma-case omdat RCT’s me na aan het hart gaan en het stuk een mooi en goed voorbeeld is van hoe je zoiets in de praktijk doet.

  1. Scylla en Charybdis
  2. Shoarma aan de rol
  3. Consumer hospital reviews

De poll op twitter loopt nog niet echt storm (sluit op zaterdag 21 januari):

Tussen Scylla en Charybdis: Spanningsvelden en taakopvattingen in het licht van schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag

De derde genomineerde voor de Vide Publicatieprijs 2016 die ik bespreek: Tussen Scylla en Charybdis: Spanningsvelden en taakopvattingen in het licht van schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag door Aute Kasdorp (AFM, nu IOSCO in Madrid) [bespreking andere genomineerden hier en hier]. Dit artikel leunt voor theoretische basis sterk op ander paper van Aute Kasdorp: Regulatory Interventions Beyond the Law: Towards a Typology of the Extra-Legal Frontier.

Disclaimer: Ik ken Aute vanuit ons werk bij de AFM, dus ik ben biased. Maar misschien overcorrigeer ik juist weer.

De centrale vraag is: welke kenmerkende spanningsvelden ervaren Nederlandse landelijke toezichthouders in het licht van schadelijk maar legaal ondernemingsgedrag?

Op basis van 14 interviews met leidinggevende toezichthouders inventariseert Kasdorp “wat de taakopvatting van de toezichthouder zou moeten zijn, en wat hierbij kenmerkende spanningsvelden zijn“, en toetst en omschrijft hij zijn segmentatie.

Cirkels van Sparrow
“Schadelijk maar legaal” komt van de cirkels van Malcolm Sparrow; één voor illegaal gedrag en één voor schadelijk gedrag. Idealiter overlappen de cirkels en is alle schadelijk gedrag ook illegaal. Dat is het “easy” gedeelte in plaatje hieronder.

Sparrow is in de begintijd van de AFM vaak langs geweest, binnen gehaald door Hanzo van Beusekom. Hij heeft enkele boeken geschreven, maar voor mij en veel AFM’ers hebben zijn presentaties -deels in Comic Sans– vooral impact gehad. Onderstaande dia komt uit een presentatie van 2011. Intern noem ik het boek van Rob van Dorp en Jan Schipper De Interventie – Hoe los je hardnekkige nalevingsproblemen op? ook wel “Sparrow in de pratktijk”. Ik raad dat boek in ieder geval meer aan dan de boeken van Sparrow zelf.

sparrowcircles

Vier taakopvattingen

  1. Juridisch Handhaver: klassieke ‘legalistische’ toezichthouder
  2. Overheidsvertegenwoordiger: focust zich op de geest van de wet
  3. Sociale Bemiddelaar: richt zich op het mitigeren van ( ongereguleerde maat‐ schappelijke) risico’s
  4. Maatschappelijk Regisseur:  breedste taakopvatting, autonoom risicoperspectief

Waar de handhaver alleen in de cirkel “illegal” opereert, zien de andere types in meer (regisseur) of mindere (vertegenwoordiger) mate ook problemen in de cirkel “harmful” als deel van hun taak.

De aan Sparrow toegeschreven probleemgestuurde toezichtbenadering [WZ: Pick important problems, fix them & tell about it] lijkt op gespannen voet te staan met de taakopvatting van een Handhaver of Vertegenwoordiger. Immers, probleemgestuurd toezicht richt zich op maatschappelijke risico’s, waarbij de aard van deze problemen het primaire referentiepunt is in plaats van eventuele hiermee gemoeide wetsovertredingen. Echter, zowel de taakopvatting van een Bemiddelaar als die van een Regisseur laat zich goed met een probleemgestuurde toezichtaanpak verenigen.

De flexibiliteit [van responsive regulation], past slecht bij de inherent repressieve taakopvatting van een Handhaver;” wel bij de andere drie typen. (zie ook de compliance pyramid van Braithwaite).

De spanningsvelden voor de vier verschillende toezichtstijlen die het artikel beschrijft, heeft Kasdorp elders in een tabel samengevat:

spanningsvelden

Vrijwel geen enkele toezichthouder huldigt altijd en slechts één taakopvating. “…in de interviewcitaten [is] een rode draad zichtbaar“, de keuze hangt af van “eisen die zowel toezichthouders als hun stakeholders stellen aan de effectiviteit van toezichtinterventies” en “de behoefte de legitimiteit van toezichtinterventies te bevorderen“.

De “noodzaak tot effectiviteit en legitimiteit” biedt een vertrekpunt voor de “beleidsmatige vraag (…) hoe te bepalen welke taakopvatting optimaal is voor een toezichthouder“. Kasdorp geeft geen antwoord op deze vraag want “de insteek van dit artikel is niet normatief.

Zelf denk ik dat effectiviteit voorop moet staan (en vaak heb je legitimiteit nodig om effectief te kunnen zijn). Afhankelijk daarvan kies je het meest effectieve instrument (de interventie) uit de tool-box. Dat kan een boete van de handhaver zijn, maar ook een beroep op instrinsieke motivatie van de regisseur. Door mijn”gemengede normenkader” pas ik waarschijnlijk het best in het vakje regisseur.

Engelse toezichthouder activeert consumenten met effectieve brief

De Financial Conduct Authority (FCA), de Engelse evenknie van de AFM en de opvolger van de FSA, heeft in april 2013 de effectiviteit van een redress-letter onderzocht. Welke aanpassingen activeerden de meeste consumenten om schadeloosstelling aan te vragen? 

Veel Engelse consumenten hadden recht op een kleine teruggave van hun verzekeraar. Verzekerden werden met een brief opgeroepen hun geld op te eisen (gemiddeld 23 pond per persoon). Alleen kreeg niet iedereen dezelfde versie van de brief. Door verschillende versies van de brief aan grote groepen te sturen, kon de FCA precies vaststellen welke aanpassingen het meeste effect hadden (Randomised Controlled Trial).

Verzevenvoudigd
In de figuur is de brief te zien met zes technieken die getest zijn. Een andere envelop of het logo van de toezichthouder hadden vrijwel geen effect. Bullet points aan het begin met duidelijke boodschap vergrootte de respons het meest. Ook eenvoudiger taalgebruik en duidelijk uitleg van het claimproces zorgden voor meer actie bij verzekerden. De handtekening van de CEO werkte contra-productief, vooral bij vrouwen: die brieven kregen minder respons dan de brief ondertekend door iemand van het klantcontactcentrum.

Een combinatie van technieken leidde tot de meest effectieve brief; het aantal verzekerden dat daadwerkelijk actie ondernam verzevenvoudigde bij de beste brief.

fcaredressbriefresultaat

Gedragseconomie
Tegelijk publiceerde de FCA in april 2013 ook een andere gedragseconomische studie: Applying behavioural economics at the Financial Conduct Authority. Hoe kunnen inzichten uit de gedragseconomie toezichthouders helpen bij het begrijpen en effectiever oplossen van problemen in financiële markten?

Recenter en vergelijkbaar werk van de FCA

Ook de AFM is al enige tijd actief met behavioural economics: binnen het Expertisecentrum is er is een team Consumentengedrag. Lees bijvoorbeeld onze publicaties. Ook relevant is een EIOPA rapport uit 2013 over effectieve pensioencommunicatie waar de AFM aan meeschreef.

Investigating the Potential Contribution of Patient Rating Sites to Hospital Supervision

Op 24 januari wordt bekend wie de VIDE Publicatieprijs 2016 wint. Ik bespreek nu genomineerde Investigating the Potential Contribution of Patient Rating Sites to Hospital Supervision:Exploratory Results From an Interview Study in the Netherlands van Sorien Kleefstra, Linda Zandbelt, Ine Borghans, Hanneke de Haes en Rudolf Kool. Kleefstra en Borghans zijn verbonden aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

The aim of our study was to explore whether and how patient experiences reported on rating sites can, in the eyes of health care inspectors, contribute to risk identification in hospital care.

Daarvoor interviewden ze 10 toezichthouders van de IGZ en lieten hen voor een ziekenhuis waar ze toezicht op hielden minimaal 10 negatieve consumentenreviews beoordelen, afkomstig van Zorgkaart Nederland (initiatief van patiëntenvereniging NPCF). Die site vat dit onderzoek samen onder de kop ‘ZorgkaartNederland sluit aan op bevindingen IGZ’.

Uit het artikel: “It [Zorgkaart Nederland] has the largest number of patient ratings in the Netherlands, with more than 300,000 ratings in total and 800,000 unique visitors per month.” Toen ik vandaag [16/1/2017] keek, stonden er 403.530 ervaringen online en waren er 331 ziekenhuizen. In de onderzoeksperiode van eind 2013 tot eind 2014 waren er 94 hospitals. Ratings zijn overwegend positief, in 2015 was 7,2% van ratings negatief (een 6 of lager op een 10-puntsschaal).

In interviews waren de inspecteurs skeptisch, maar hun beoordeling van in totaal 207 negatieve reviews “resulted in 23% of the reviews being deemed relevant for risk identification“. Verderop: “Nevertheless, they insisted that the use of rating sites should always be accompanied and verified by clinical indicators.” De auteurs concluderen:

it appears that most inspectors consider it [reviews] as an additional source of information from the patient’s perspective to detect poor quality of care. Still, it should always be accompanied and verified by other quality and safety indicators

Voorspellen consumentenratings kwaliteit?
Wat ik interessant vond, waren de literatuurverwijzingen naar een verband tussen reviews van consumenten (gepercipieerde kwaliteit) en daadwerkelijke kwaliteit:

Although there is evidence of the correlation between scores on patient rating sites and quality indicators and clinical outcomes on a hospital level [5,8,19-21], little research has been carried out on the association between patient ratings and physician quality metrics

Conclusie van een van de geciteerde artikelen, Greaves et al (2012): “Our results demonstrate a relationship between patients’ Web site ratings of hospitals and some objective measures of clinical quality, including mortality and infection rates.

m_ild110027t1

Een voorbeeld dat ik uit de AFM-toezichtspraktijk ken, is minder positief over de voorspellende waarde van ratings van consumenten. Op Independer kunnen consumenten hun hypotheekadviseur een rapportcijfer geven (“subjectieve” kwaliteit). Consultancy-bureau IG&H heeft een hypotheekaanbieder gevraagd naar zijn beste én slechtse 50 adviseurs (“objectieve” kwaliteit) en dat in een plaatje gezetindepender_geencorr

Mijn interpretatie: ook slechte hypotheekadviseurs kunnen lekkere koffie schenken.

Toekomst
De auteurs zijn hoopvol over de toekomst (Big Data?):

A positive aspect of using ratings and reviews in supervision is the availability of actual information, in addition to the yearly available conventional quality indicators. Thus, a more efficient way of risk-based prioritizing within a huge number of health care organizations is a possibility [26]. This is especially important in health care sectors with a substantial number of organizations or professionals such as the elderly care sector, general practitioners, dentists, and pharmacists. In this way, patient ratings and reviews can become a structural part of the supervisory framework for risk detection.

Ik denk dat er nog wel een lange weg te gaan is voor er ook voldoende kwalificaties zijn voor kleinere organisaties om er daadwerkelijk wat mee te kunnen. Zeker als je ook alleen de negatieve (gemiddeld <10% van ratings) wilt gebruiken.

Achterkant-van-envelop-berekening: in afgelopen twee jaar zijn er 100.000 ratings bij gekomen, dus 50.000 per jaar. Op Zorgkaart Nederland staan 121.070 zorgaanbieders, dus dat is een halve rating per zorgaanbieder per jaar. En dat is dus 0,05 negatieve rating per zorgaanbieder per jaar. Zelfs met het optimistischere 10.000 reviews per maand kom ik tot gemiddeld 0,1 negatieve review per aanbieder. Natuurlijk zegt gemiddelde niet alles (zie: Bill Gates walks into a bar) maar ik vrees dat echte Big Data op instellingsniveau nog ver weg zijn. Het ziekenhuis met meeste negatieve ratings in een jaar ten tijde van het onderzoek had er 56 (tabel 1), het ziekenhuis met meeste ratings had er in totaal 859.

Further research 

It would be worthwhile to investigate, in a future study, whether an inspector unacquainted with a certain hospital, would come to the same or a different selection of relevant reviews

Deze lijkt me vrij makkelijk: vraag ieder van de 10 inspecteurs om een Excesheet van een van de anderen te beoordelen…

Week van Wilte in Tweets #5

Eerste lustrum van wvwit; aflevering 5.

Niet de kiezer is gek
Het blog stukroodvlees heeft vaak leuke en interssante stukken. De auteurs, veelal politicologen, zijn ook zeker de moeite waard om op Twitter te volgen. Een van hen, Tom van der Meer (@TomWGvdMeer) heeft nu een boek geschreven “Niet de kiezer is gek”. Wil ik zeker gaan lezen in aanloop naar verkiezingen in maart.

Vrouwelijke hoogleraren
Afgelopen woensdag in het nieuws: Bussemaker wil dit jaar 100 vrouwelijke hoogleraren extra. Ik las ooit Mythe van het glazen plafond van Marieke Stellenga. Dat vond ik een prima boek.

In de discussies rondom man/vrouw verschillen wordt gesteld dat er geen biologisch relevante verschillen zouden zijn. In gemiddelde denk ik inderdaad niet, mannen zijn niet gemiddeld slimmer & hardwerkender dan vrouwen, maar in spreiding denk ik wel. Er zijn daarom denk ik in de staarten van de verdeling (zowel positief als negatief) meer mannen. En daarom meer mannen die hoogleraar worden, want bereid al het andere weg te cijferen, single-minded zijn. Een professoraat is ook winner takes all (heet dat niet positional good in economie?).

Ik zie wel vergelijkingen met bijvoorbeeld walrus-mannetjes die vechten om een harem. Het winnende mannetje krijgt veel nageslacht, de vrouwtjes ieder een paar, en de verliezende mannetjes geven geen genen door aan de volgende generatie. De pay-out voor mannetjes is of heel veel of niet, voor vrouwtjes veel constanter, maar minder hoog/laag. 

Of het een echte reden is, weet ik niet. Misschien hangt het ook wel samen met hoge deeltijdfactor/populariteit van deeltijd-werken in Nederland. En het cohort-argument klinkt ook plausibel, over tijd lost probleem vanzelf op.img_1503

VIDE publicatieprijs
OP 24 januari is de VIDE nieuwjaarsborrel. VIDE is de beroepsvereniging van toezichthouders. Op de borrel wordt de winnaar bekend gemaakt. Ik wil alle drie de genomineerden hier bespreken. Eentje heb ik al gedaan, andere twee ga ik (weer) lezen.

Op Twitter een publiekspolletje om kansen te peilen.

Experimenteer
In het traditionele ESB nieuwjaarsartikel pleit SG Camps voor experimenten; Durf te leren.

Beginnen kan ook door een experiment op te zetten en daarvan te leren (Van Geest, 2016). Het kan verstandig zijn om een experiment in eerste instantie kleinschalig, incrementeel of als simulatie vorm te geven. Soms zal het echter voor het beoogde leereffect nodig zijn om op grotere schaal, met grotere stappen, of in de ‘echte’ wereld te beginnen, nationaal of samen met andere landen. Welke vorm er ook wordt gekozen, de kern is steeds dezelfde: de overheid doet een interventie, leert van informatie over de effecten ervan en past de interventie zo nodig aan.

Experimenteren vraagt om goede voorbereiding, ­samen met betrokken partijen. Experimenten leveren waardevolle kennis op, kennis die de overheid in staat stelt om burgers en bedrijven beter te bedienen en zo maatschap­pelijke doelen te bereiken.

Afsluiting van het artikel:

Experimenten maken het mogelijk om te leren, prikkelen tot nieuwe ideeën en brengen de gewenste effecten dichter­bij. En daar gaat het uiteindelijk om. Want om de maatschappelijke doelen te realiseren moeten we nieuwe wegen ­durven verkennen.

Trump
Alec Baldwin is erg grappig als Trump bij Saturday Night Live (NB: dat is de tweede tweet).

 

 

Poll Vide publicatieprijs

Hoewel peilingen en polls niet de beste reputatie en track record hebben de laatste tijd (maar lees ook deze verdediging van de peilingwijzer), ben ik toch een kleine publiekspoll gestart op Twitter naar welk artikel de Vide Publicatieprijs 2016 zou moeten krijgen:

Ik zal op mijn site alledrie de artikelen behandelen. Shoarma aan de rol! staal er al op, andere twee volgen nog. Daarna zal ik ook mijn inschatting geven.

NVWA pakt voedselonveiligheid bij shoarmazaken effectief aan #JournalClub

[Ik had deze post gepland voor februari, maar omdat dit een van de drie genomineerden is voor de VIDE-publicatieprijs publiceer ik ‘m nu. Voor de uitreiking 24 januari wil ik alle drie genomineerden bespreken en mijn voorspelling doen]

In 2011 blijken slechts 6 van de 10 shoarmazaken hygiënisch genoeg. De Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) grijpt in met een reguliere interventie, maar zet ook innovatieve interventie in. Maar werken deze interventies? Een mooi voorbeeld van effectieve gedragsbeïnvloeding en effectmeting.

In de vierde editie uit 2015 van het Tijdschrift voor Toezicht staat het artikel Shoarma aan de rol! Het effect van vernieuwend toezicht [pdf] van Linda van Rooij-van den Bos, Wendy Verdonk-Kleinjan, Laurie Jansen, Herman Jansen & Ghislaine Mittendorff. Daarin beschrijft de NVWA  dit evidence based toezicht: de interventies sorteerden effect op de naleving.

Saladetang
Een van de innovatieve interventies van de NVWA past bijvoorbeeld het Cialdini-principe van wederkerigheid toe, door bij het eerste bezoek een slatang uit te delen. De shoarmaondernemer is blij met een cadeautje en tegelijkertijd is het ook makkelijker om hygiënisch met zijn sla om te gaan.

Effect: geen daling in naleving
De opzet van de effectmeting bestond uit een voor- en een na-meting van drie groepen. De groepen zijn per stad willekeurig samengesteld; zo kreeg Amsterdam de innovatieve interventie, Rotterdam de reguliere en was Arnhem een controlestad.

In de voormeting waren er al significante verschillen, de groep die de innovatieve interventie nog moest krijgen, had een lagere naleving dan de twee andere groepen (50% tegen 59%).

In de nameting is te zien dat de interventies de naleving niet heel erg verhogen, maar dat zonder interventies er de naleving met 20%-punt afglijdt. De NVWA schrijft:

“We kunnen concluderen dat het niet controleren van de doelgroep gedurende een langere periode [anderhalf jaar] leidt tot een daling van de naleving.(…) Een minimale inspectiedruk van eenmaal per jaar bij dit type ondernemers is nodig om de naleving op 60% te houden.”

shoarmanvwa

Denk na over effectmeting bij opzet van je project
Een van de lessen voor andere toezichthouders die NVWA formuleert is:

“Denk bij de keuze voor een onderzoeksopzet van de effectmeting alvast na over welke vragen je beantwoord wilt hebben. Houd hier rekening mee tijdens de ontwikkeling van de interventie. (…) Na afloop kon er dan ook een uitspraak worden gedaan over de algehele werking van de interventiemix.”

Meer over effectmeting bij NVWA in dit dubbelinterview uit 2015 voor Toezine: Effectmeting; Saai, en nog duur ook. (Ik was de andere geïnterviewde…).